Volkskunde van Curacao, Aruba en Bonaire

Paul Brenneker

Natuur

Dier
‘De Curaçaose slang is volkomen ongevaarlijk, maar je moet er niet op trappen als hij aan het broeden is; dan komt hij je zelfs achterna en slaat je fel. Hij broedt tussen het onkruid, in de regentijd. Een slangenei is evengroot als dat van een duif, alleen wat langwerpiger, heeft een gele dooier maar is verder wit van binnen; een slang legt 30 tot 60 eieren. Hij leeft veel in stenen omheiningen. Heeft hij zijn ogen open, dan slaapt hij, zijn de ogen dicht, dan is hij wakker.’ (B1977)
 
‘Daar waar veel kleine stenen liggen, pieda wiriwiri, daar leven… lees verder »
Natuur
‘Toen op Aruba eenmaal bekend was, dat er goud in de grond zat, vaardigde het gouvernement een wet uit, dat zij die in de wildernis vee hadden lopen, een speciaal verlof moesten halen, en er werden wachten aangesteld, die het particulier goudzoeken moesten verhinderen. Een man Disjef genaamd, verzorgde zijn geiten in de mondi en was in het bezit van een permit; maar hij kreeg van de wachter niet eens de kans zijn papier te tonen; hij werd meteen neergeschoten. Die plaats heet nu nog Disjef. Op Urataka liet het gouvernement zelf naar goud graven onder toezicht van bewakers; die… lees verder »
Plant
Een aftreksel van wajakablaadjes drinken, ’s morgensvroeg, geneest suikerlijders, ta
kíbra sucu.
 
‘De zaadjes van jerba stinki, stinkkruid, gooit men in een huis om ruzie te veroorzaken of om een dansfeest te verstoren, pa kibra balia. Als je hebt gevochten met je man en je bent helemaal van streek, stop je jerba stinki in je kussen en je slaapt 24 uur achtereen.’
 
‘Een tamarinde is een gevaarlijke boom, want iedere avond sluit hij zijn blaadjes. Een palu di raton is ongevaarlijk, behalve als hij oud wordt; deze hier laat ik nog een paar jaar staan, dan komen de… lees verder »
Plantage
‘Hosé Guerero, gevlucht voor het regiem van Castro, kwam uit Maracaibo naar Curaçao en kocht de plantage San Nicolas. Later verkocht hij die aan Lobo, een bruin gekleurde man uit de Punda, die geregeld met een man of vier, vijf de knoek introk, beladen met veel touw. Hij kocht geiten op en verkocht die in de stad op de markt. Hij droeg een tas vol geld met een riem over de schouder, want toen was er nog geen papieren geld. Wawa Lobo verkocht de knoek aan Magdalena de Jesus. Ze was een handelsvrouw die vaak naar Venezuela reisde en daar… lees verder »
Plantage
De kleine knoek BICENTO, beoosten Pannekoek, is een mooi bouwwerkje rijk. In het noorden ligt een put met drinkbak en twee pilaren op de putrand. Het is met zorg en vakkennis geconstrueerd en nage­noeg geheel intakt, ofschoon het dateert – gezien een keurig ingegrifte aanduiding – van 1739 den 17 FEBR, Gerhard Lupke. De pilaren hielden een dwarsbalk, waar­aan mogelijk een katrol heeft gehangen. De drinkbak voor de dieren was bekleed met kleine klinkers, die er later zijn uitge­haald. De put is diep, gemetseld van na­tuursteen, bepleisterd met kalk, zand en geklopte dakpannen. Doorsnee, buiten­maats, 3.20 meter, dikte van de… lees verder »
Natuur
Het is met de aardrijkskunde op deze eilanden vreemd gesteld.

Door scholing weet men er meer van, maar de belangstelling ervoor is minder dan ooit. De benamingen van bergen en knoeken op het eigen eiland raken in vergetelheid.

Zeer oude mensen stellen zich de aarde nog voor als een platte koek. Toen ik eens uitleg vroeg van een kuil met een hoge heuvel zand ernaast, kreeg ik na enig aandringen te horen, dat men hier begonnen was een put te graven, maar niet verder was gekomen dan een meter of tien. Geen mens wilde meer in de put… lees verder »
Dier
De Curaçaose kikker is in het begin van deze eeuw, omstreeks 1918, van Aruba naar hier overgekomen, verborgen in het metselzand dat barkjes brachten. De oude indianen echter kenden het diertje wel, van hier of van elders. Op een indianenveld van Ban-dabao is zelfs een klein stenen kikkertje gevonden, waarschijnlijk als sieraad gemaakt.

In 1934 zijn er een paar in een lucifersdoosje naar Bonaire meegebracht, als speelgoed voor de kindertjes, en bij Tanki Hoga Jiu losgelaten. Sindsdien zit Bonaire vol.

De diertjes zijn geen vrienden van het volk. Men is er bang voor. Na elke flinke regenbui duiken… lees verder »